Het Strafproces

gavel2

Primi aki pa Papiamento

Inleiding

De letterlijke betekenis van het woord strafproces is: rechtsproces waarin een rechter vaststelt of er een strafbaar feit is gepleegd. De aanleiding tot het strafproces is dus de verdenking van een strafbaar feit. In de beginfase is het strafproces onderzoekend van karakter, dat wil zeggen, justitie en politie doen onderzoek naar de toedracht van het strafbare feit. Langzaam maar zeker verschuift het karakter van het strafproces van onderzoekend naar beschuldigend; bij het onderzoek ter terechtzitting staan het Openbaar Ministerie vertegenwoordigd door de officier van justitie en de verdachte tegenover elkaar.

Het strafproces
Het strafproces verloopt in fasen, waarbij het voorbereidend onderzoek en het onderzoek ter terechtzitting de twee belangrijkste fasen zijn. Tot het voorbereidend onderzoek behoren zowel het opsporingsonderzoek dat wordt uitgevoerd door de politie als het gerechtelijk vooronderzoek dat in handen is van de rechter-commissaris. Het opsporingsonderzoek staat onder leiding van het Openbaar Ministerie. In het gerechtelijk vooronderzoek heeft de rechter-commissaris een centrale positie met betrekking tot het horen van verdachten, getuigen en deskundigen, de toepassing van de zwaardere dwangmiddelen en het beroep van verdachten tegen beslissingen van de officier van justitie. Wanneer het voorbereidend onderzoek voldoende feiten aan het licht heeft gebracht om tot dagvaarding over te gaan, begint het onderzoek ter terechtzitting.

Het onderzoek ter terechtzitting is de kern van het strafproces. De zitting wordt geleid door een rechter van het Gerecht in Eerste Aanleg. Op de zitting klaagt de officier van justitie de verdachte aan. De verdachte mag een advocaat meenemen. Alle interactie tijdens het onderzoek ter terechtzitting verloopt volgens een vast patroon, dat hierna beschreven wordt.

Een deurwaarder roept de zaak uit. Nadat de zaak is uitgeroepen, vraagt de rechter de verdachte naar zijn personalia, spoort hem aan goed op te letten en wijst hem op zijn zwijgrecht. Daarna draagt de officier van justitie de zaak voor. De zaak voordragen houdt in dat de officier van justitie in het kort vertelt waarvoor de verdachte terechtstaat ofwel waarvan de verdachte beschuldigd wordt. Als er getuigen of deskundigen moeten worden gehoord, zal dat eerst gebeuren. Daarna gaat de rechter over tot de ondervraging van de verdachte, waarbij het in het dossier aanwezige bewijsmateriaal ter sprake wordt gebracht. Ook de officier van justitie en de advocaat van de verdachte worden in de gelegenheid gesteld om vragen te stellen aan de verdachte.

Als alle feiten zijn besproken, komen ook de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aan de orde. De persoonlijke omstandigheden zijn voor de rechter van belang om een beter inzicht te krijgen in de achtergrond van de verdachte en van het misdrijf en om te beoordelen welke soort straf opgelegd moet worden.

Na de persoonlijke omstandigheden worden, indien van toepassing, de incidenten besproken. Een vordering van een benadeelde partij is een voorbeeld van een incident. Een benadeelde partij is ieder die schade heeft geleden als gevolg van het strafbare feit. De benadeelde partij kan zich in de strafzaak voegen en aan de rechter vragen om de verdachte te veroordelen tot vergoeding van de schade.

Hierna houdt de officier van justitie zijn requisitoir. Het requisitoir is het betoog van de officier van justitie op de zitting waarin hij gemotiveerd laat weten waarom de verdachte de telastgelegde feiten heeft gepleegd (of niet heeft gepleegd) en hoe volgens hem de rechter zou moeten oordelen.

Daarna is het de beurt aan de advocaat van de verdachte om zijn pleidooi te houden. Het pleidooi is het betoog van de advocaat waarin hij voor de rechter uiteenzet hoe de rechter zou moeten oordelen.

De verdachte heeft altijd het recht op het laatste woord. Daarna sluit de rechter het onderzoek ter terechtzitting. Nadat de zitting is gesloten, kan de rechter meteen uitspraak doen of op termijn. Als de rechter op termijn uitspraak doet, is hij gebonden aan een maximale termijn van drie weken. Dit betekent dat hij binnen drie weken na het sluiten van het onderzoek ter terechtzitting uitspraak moet doen.

De uitspraak
De rechter heeft uitspraak gedaan. Zowel de verdachte als de officier van justitie kunnen tegen de uitspraak van de rechter in eerste aanleg in hoger beroep gaan. Hoger beroep wordt ingesteld bij de griffie van het Gerecht in Eerste Aanleg. In hoger beroep worden de zaken behandeld door drie rechters die deel uitmaken van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba (Hof van Justitie). Gedurende de zitting van het Hof van Justitie wordt de zaak helemaal opnieuw behandeld.