Beleidsvoornemens 2012-2013

Logo OM ArubaPrimi aki pa Papiamento

Onderstaand vindt u de volledige tekst van het beleidsplan van het Openbaar Ministerie voor het jaar 2012/2013. Voor informatie over de afzonderlijke onderwerpen klikt u op de subpagina’s onder de knop Beleid 2012-2013 in de menubalk.

Inleiding

Bij de uitwerking van deze beleidsvoornemens voor het begrotingsjaar 2012/2013 heeft het Openbaar Ministerie als uitgangspunt gekozen een voortzetting van het reeds gevoerde beleid. De missie van het Openbaar Ministerie is het met strafrechtelijke middelen handhaven van de democratische rechtstaat. De visie van het Openbaar Ministerie is om ervoor zorg te dragen, dat zaken objectief en professioneel worden beoordeeld, dat het beheer van de publieke middelen efficiënt en transparant is en dat de toepassing van het strafrechtelijk arsenaal effectief en creatief is.

In de afgelopen jaren heeft het Openbaar Ministerie van Aruba veel strafzaken verwerkt, waarbij de formatie van de officieren van justitie niet volledig bezet was. De bezetting is per 2010 weer volledig geworden, zodat alle taken van het Openbaar Ministerie zo volledig mogelijk kunnen worden uitgevoerd.

I. Taakstelling en visie
Het Openbaar Ministerie heeft tot taak de handhaving van de wettelijke regelingen, de vervolging van strafbare feiten, het doen uitvoeren van vonnissen en beschikkingen in strafzaken, alsmede het houden van toezicht op de  naleving van de rechterlijke beslissingen in tuchtzaken. Uiteindelijk vormen hiermee primair de handhaving en bescherming van de (rechts)orde en de bescherming van de veiligheid van de samenleving de centrale taak van het Openbaar Ministerie. Het optreden van het Openbaar Ministerie manifesteert zich hierbij met name in het houden van toezicht op en het geven van leiding aan opsporingsonderzoeken door de opsporingsinstanties en in de vervolging van strafbare feiten voor de strafrechter.

II. Algemene beleidsdoelstellingen
Het Openbaar Ministerie interpreteert zijn taakstelling naar een drietal algemene beleidsdoelen. Het betreft het streven naar:

  •   evenwicht in de rechtshandhaving
  •   verdere professionalisering van de eigen organisatie
  •   een optimale samenwerking tussen het Openbaar Ministerie en de andere  overheidsdiensten op het gebied van de strafrechtspleging.

III. Operationele beleidsuitgangspunten

1. Evenwicht in de rechtshandhaving
Evenwicht in de rechtshandhaving betekent enerzijds dat de gestelde opsporings- en vervolging prioriteiten een zo effectief mogelijke bestrijding van de criminaliteitsproblemen waarborgen.  Het betekent anderzijds, dat een effectieve executie van strafrechtelijke beslissingen gewaarborgd moet zijn.
Het Openbaar Ministerie is exclusief belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Om een goed evenwicht in de rechtshandhaving te bereiken, dient het Openbaar Ministerie zich te oriënteren op de actualiteit. Er dient een evenwichtige maatschappelijke oriëntatie te zijn, waarbij een aantal doelgroepen van belang zijn:

  • slachtoffer en burger
  • dader en zijn advocaat
  • politie
  • rechter
  • bestuur

1.1. Opsporings- en vervolgingsprioriteiten

1.1.1. Geweldscriminaliteit
De aanpak van geweldscriminaliteit, waardoor de gezondheid of het leven van personen in gevaar wordt gebracht of aangetast, heeft steeds de allerhoogste prioriteit in het beleid van het Openbaar Ministerie.
De aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling verdient grote aandacht. Het aantal zaken van huiselijk geweld en kindermishandeling ligt in Aruba op een hoog niveau. Bij slachtoffers van huiselijk geweld en kindermishandeling ligt het accent vaak meer op het stoppen van het geweld dan op bestraffing van de dader. Het regelen van een huisverbod, waarbij de pleger voor een aantal dagen uit huis wordt gezet, zou een adequaat instrument zijn. Het strafrecht kan als stok achter de deur fungeren. Bij ernstige gevallen en bij overtreding van het huisverbod kan het Openbaar Ministerie verdachten vastzetten en voorgeleiden.

Een meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling voor hulpverleners door hulpverleners zou nuttig zijn voor het bepalen van een juiste strategie. Apart aandacht dient te krijgen geweld tegen gezagsdragers of mensen met een publieke taak. De aanpak van geweldscriminaliteit betekent ook het voeren van een zo scherp mogelijk bestrijdingsbeleid inzake (illegale) vuurwapens. Verscherping van het vuurwapenbeleid heeft derhalve prioriteit. De bevoegdheid  tot preventief fouilleren zal waar nodig worden ingezet om te kunnen bijdragen aan bovenbedoeld bestrijdingsbeleid.

1.1.2. Jeugdcriminaliteit
Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Het Openbaar Ministerie participeert in het integraal jeugdbeleid van met ministerie van Justitie en in het nieuwe beleid Veilige School. Jonge first offenders, die lichte strafbare feiten plegen, worden voor een TOM-zitting opgeroepen en het beleid is erop gericht hen te laten begeleiden door de reclassering.
In geval van zwaardere strafbare feiten wordt een plan van aanpak opgesteld in samenwerking met de reclassering. Het plan van aanpak richt zich op alle relevante factoren, die van invloed zijn op het strafbare handelen van de minderjarige verdachte, zoals schoolverzuim, schooluitval, werkloosheid, relatie met ouders, ed. De reclassering begeleidt de minderjarige verdachte; het niet-naleven van het plan van aanpak leidt tot het opheffen van de schorsing van de voorlopige hechtenis.
Binnen Aruba dient een Persoonsgerichte Aanpak (PGA) lijst met de jeugdige veelplegers te worden opgesteld, die door de ketenpartners wordt gebruikt voor een persoons- en gezinsgerichte aanpak.

1.1.3. Vermogenscriminaliteit
De vermogenscriminaliteit vormt een van de meest voorkomende vormen van criminaliteit in Aruba. De maatschappelijke schade, die door deze vorm van criminaliteit wordt veroorzaakt is bijzonder groot. Daarnaast is de omvang van deze criminaliteitssoort in aanzienlijke mate mede debet aan de binnen de samenleving heersende gevoelens van onveiligheid, hinder en overlast.
Regelmatig vinden er in Aruba overvallen plaats, waarbij geweld wordt gebruikt en vaak vuurwapens in het geding zijn. Bij het KPA is een vast overvallenteam; bij het parket is een vaste officier van justitie aangewezen, die als aanspreekpunt voor het overvallenteam fungeert. Op 16 maart 2012 is de wet Bijzondere Opsporings Bevoegdheden, van kracht geworden, waardoor justitie meer opsporingsbevoegdheden heeft om  overvallers op te sporen. De uitvoeringsregelingen BOB dienen in 2012 gereed te zijn.
Woninginbraken en autodiefstallen veroorzaken veel maatschappelijke schade en tasten het veiligheidsgevoel van de burgers aan. Door KPA wordt waar mogelijk projectmatig op deze vormen van criminaliteit gereageerd. Het Openbaar Ministerie zal projecten adequaat ondersteunen (personele capaciteit, taps, ed) en tevens zorgen voor het  justitiële sluitstuk (vervolging en executie straffen).

1.1.4. Witwassen en ontnemen van criminele vermogens
Op Aruba is inmiddels alle regelgeving gerealiseerd rond de ontneming van wederrechtelijk verkregen vermogens, het toezicht op geldtransactiebedrijven,  de meldplicht op in- en uitvoer van contant geld, strafbaarstelling terrorisme en terrorismefinanciering, anti-witwasmaatregelen en bestrijding deelneming aan criminele organisaties. Zowel vanwege het belang van het ontnemen van dergelijke vermogens zelf, als ook ter uitvoering van de verplichtingen van Aruba in het kader van de Financial Action Task Force (FATF) zullen de wettelijke mogelijkheden gebruikt worden.
In nauwe samenwerking met de fiscus zullen criminele vermogens worden aangepakt. Om de maatregelen effectiever te maken zullen ook woonhuizen in beslag worden genomen en openbaar worden verkocht. In nauwe samenwerking met de Centrale Bank Aruba zal worden toegezien op de handhaving van de integriteit van het Arubaanse financiële stelsel. Voorts zullen handhavingsprojecten worden uitgevoerd onder meer op pandjeshuizen, onroerend goed en projectontwikkeling. De doormeldingen van het MOT-bureau zullen zo mogelijk leiden tot een financieel opsporingsonderzoek. In 2012 zal een aanvang zijn gemaakt met een nieuwe aanpak van witwassen; het gaat om het onttrekken van onverklaarbare vermogensbestanddelen op basis van verkregen informatie van de fiscus en andere ketenpartners.
De aanpak van fiscale fraude zal verder worden geïntensiveerd in samenwerking met het FIOT van de belastingdienst.

1.1.5. De aanpak van veel voorkomende criminaliteit
De zogenoemde veel voorkomende criminaliteit tast het rechtsgevoel en het gevoel van veiligheid van de burger erg aan.. Het gaat meestal om kleinere vermogensdelicten, vernielingen, mishandelingen, ed. De sociale aspecten van deze problematiek vereisen ook oplossingen langs andere dan strafrechtelijke weg (met name waar het de  chollerproblematiek betreft): een adequate integrale aanpak van stelselmatige daders.
Een strafrechtelijke aanpak van een veelpleger is onvoldoende. De straffen voor dergelijke strafbare feiten zijn te kort om adequaat als stok achter de deur te dienen om een aanpak in de zorg af te dwingen.
Momenteel wordt de aanpak van de chollerproblematiek in Aruba vanuit het bestuur goed gecoördineerd. Het Openbaar Ministerie ondersteunt dit beleid via de onder curatele stelling en werkt daarbij nauw samen met ketenpartners. In het nieuwe wetboek van Strafrecht, dat op 1 januari 2013 in werking zal treden, krijgt de Strafrechtelijke Opvang Verslaafden (SOV) een plaats. Van ieder choller wordt een dossier opgebouwd, zodat per choller een plan van aanpak kan worden opgebouwd. Komt een choller in aanraking met de politie, dan is duidelijk wat er moet gebeuren.

1.1.6. Georganiseerde criminaliteit
Bestrijding van georganiseerde criminaliteit vereist een georganiseerde aanpak. Op basis van een betrouwbare Criminaliteit Beeld Analyse (CBA), de juiste informatie van de CIE van KPA en de juiste informatie van RST, VDA, Belastingdienst, Douane, Kustwacht en Bestuur is de georganiseerde criminaliteit strafrechtelijk, bestuurlijk, fiscaal en civielrechtelijk aan te pakken. In 2012 zal een CBA Aruba worden gerealiseerd. Tevens wordt een aanvang gemaakt met informatiedeling tussen die diensten, die een rol spelen in de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit. Onder leiding van het Openbaar Ministerie wordt een Informatie- en Expertise Centrum bij KPA en/of een Platform Justitiële Informatie onder leiding van het OM opgestart. De onderzoeken naar criminele organisaties worden uitgevoerd door KPA en RST. Er is sprake van informatie gestuurde opsporing, waarbij de keuze en voortgang van de opsporingsonderzoeken plaats vindt in de Stuurgroep Aruba (OM,KPA, RST). Verder is er een Stuurgroep RST, waar de opsporingsonderzoeken worden aangestuurd, die door de RST worden uitgevoerd.

1.1.7. Mensensmokkel en mensenhandel
Mensenhandel, waarbij mensen door dwang of misleiding in de macht van derden belanden, en mensensmokkel, waarbij mensen anderen behulpzaam zijn bij het wederrechtelijk toegang verkrijgen tot Aruba of het verblijf alhier, zijn delicten, die de nodige prioriteit moeten krijgen mede met oog op de MOU tussen de ministers van justitie van het Koninkrijk. Van groot belang zijn daarbij de aanpak van criminele organisaties, van valse of vervalste reis- en identiteitsdocumenten, de schijnhuwelijken, ed. Hiertoe participeert het Openbaar Ministerie in een Taskforce mensensmokkel en mensenhandel, waarbij het accent ligt op beleidsvoorstellen inzake voorlichting, prostitutie en arbeid.
Het Openbaar Ministerie participeert actief in de ketenaanpak met KPA, Bureau slachtofferzorg,  Directie Arbeid, IASA, Dimas en Censo. Er is een speciale officier van justitie belast met deze portefeuille.

1.1.8. Verkeer
Door het OM Aruba is een Verkeersplan 2012 opgesteld, dat de intensievere controle van KPA ondersteunt. Uitgangspunt is, dat de gevolgen van een verkeersovertreding zwaarder moeten worden, om het aantal overtredingen te doen afnemen. Het al dan niet tijdelijk afnemen van een voertuig en zwaardere verkeersboetes in combinatie met een stringenter incassobeleid zal het aantal overtredingen verminderen.
Verder wordt in 2012 het model Oproeping Proces-verbaal (OPV) bij Landsbesluit aangepast, zodat KPA OPV’s kan geven voor alle veelvoorkomende verkeersovertredingen. Een dergelijke werkwijze in plaats van het insturen van processen-verbaal betekent voor KPA en OM een veel lagere werkbelasting.
Prioriteit zal worden gelegd bij het optreden tegen rijgedrag dat dodelijke slachtoffers of slachtoffers met ernstig letsel veroorzaakt. Het rijden onder invloed van alcohol of drugs of anderszins roekeloos rijgedrag, waaronder uitdrukkelijk begrepen snelheidsovertredingen, zal intensiever worden aangepakt door KPA. Door het Openbaar Ministerie zullen deze feiten sneller worden vervolgd. Verder zal een Alcohol Verkeerscursus worden ingevoerd door de reclassering. Deze Alcohol Verkeerscursus zal als maatregel bij een voorwaardelijke straf kunnen worden opgelegd.
Door de Commissie Veilig Verkeer Aruba zijn voorstellen gedaan voor aanpassing van wetgeving, die onder meer ruimere bevoegdheden geeft voor het invorderen en inhouden van het rijbewijs.

1.1.9. Milieu
In een land als Aruba, sterk afhankelijk van toerisme,  is een actief en adequaat milieubeleid essentieel. Door de ministerraad is een nieuw beleid rond illegale stort ontwikkeld en het Openbaar Ministerie is belast met de coördinatie van de handhaving van dit nieuwe beleid.. De Hoofdofficier zit het coördinatieteam voor, waarin alle ketenpartners participeren. In 2012 zal een Handhavingsplan Milieu worden opgesteld en de uitvoering zal ter hand worden genomen. Op korte termijn zal de Landsverordening Milieubeheer van kracht worden. De handhaving van de bepalingen van de Landsverordening zal gezamenlijke aandacht van alle ketenpartners eisen.

1.1.10. Executie van strafrechtelijke beslissingen
De geloofwaardigheid van de strafrechtspleging komt tot uitdrukking in de executie van de strafrechtelijke sanctieoplegging. Het kan hierbij gaan om door de officier van justitie aangeboden transacties en voorwaardelijke sepots, dan wel om beslissingen van de strafrechter. Door een medewerkster van het Ressortsparket Amsterdam is een rapportage gemaakt over de afdeling executie en justitiële documentatie. De aanbevelingen van dit rapport worden in 2012 geïmplementeerd.
Het OM heeft geïnvesteerd in een actief incassobeleid in nauwe samenwerking met CEA en KIA. Na een waarschuwing over te gaan tot betaling wordt de incasso overgenomen door de CEA, die bij niet betaling betrokkene naar het KIA brengt. De rapportages van de reclassering na afloop van niet geslaagde TOM-afdoeningen en in het kader van het niet-naleven van voorwaarden in een vonnis of bij de voorwaardelijke invrijheidstelling zullen hoge prioriteit krijgen.
Het OM steunt via het strafrechtelijk instrumentarium de opvang van verslaafde veelplegers in Centro Dakota of bij andere instanties en werkt samen met de betrokken ketenpartners. Tevens wordt in nauwe samenwerking de onder curatelestelling ingezet. De voorbereiding van de SOV-maatregel, die bij het in werking treden van het nieuwe wetboek van Strafrecht van kracht wordt, zal in samenwerking met de ketenpartners in 2012 ter hand worden genomen, zodat de executie van de SOV-maatregel zo snel mogelijk kan ingaan.

Om de druk op de executie van de intramurale sancties enigszins weg te nemen, hanteert het Openbaar Ministerie enkele flankerende beleidsmaatregelen:

–       Verhoging van het aantal voorwaardelijke sepots met dienstverlening;
–       Verhoging van het aantal strafoverdrachten en uitzettingen;
–       Verhaal bij het niet betalen van de geldboete als alternatief voor vervangende hechtenis.

De wijze waarop de strafbladen en strafkaarten momenteel worden bijgehouden, wordt in 2012 verbeterd in overeenstemming met de systematiek, die daarvoor in de Landsverordening op de justitiële documentatie en de verklaringen omtrent het gedrag wordt gehanteerd. De regelgeving op het gebied van de justitiële documentatie moet worden aangepast.

2. Management van de eigen organisatie

2.1. Vergroting en versnelling afdoening processen-verbaal
Met KPA wordt gestreefd naar een zodanige automatisering, dat de processen-verbaal digitaal vanuit KPA kunnen worden doorgezet naar het OM. Het OM zal in 2012 een advies vragen van een ICT-bedrijf om de realisatie van ACTOM voor te bereiden.
Het OM blijft met KPA, RST en andere opsporingsdiensten investeren in de kwaliteit van de processen-verbaal en systeem van zicht op zaken. Ook de snelheid van afdoening van opsporingsonderzoeken en insturen van processen-verbaal is daarbij van belang. Binnen het Openbaar Ministerie wordt alle managementinformatie gegenereerd, die van belang is voor een goede taakuitoefening.
De bezetting van de formatie is van groot belang voor de taakuitoefening. Vacatures dienen zo snel mogelijk te worden gevuld. Ook de opleiding van alle medewerkers van het OM heeft grote prioriteit. In 2012 zal een opleidingsplan worden voorgelegd aan de FDA. om te kunnen beschikken over de middelen uit het Samenwerkingsprogramma Rechtshandhaving 2008-2012 (NSP).

2.2. Persbeleid
Het OM zal in 2012 een persplan opstellen, waarbij zowel de externe als de interne communicatie aan de orde komen. Met KPA zal een programma worden ontwikkeld, zoals Opsporing Verzocht. In dit programma zal berichtgeving worden gepresenteerd, die te maken heeft met opsporing van strafbare feiten. Het OM Aruba zal meer de dialoog aangaan met de samenleving door middelbare scholen te bezoeken, samen te werken met de Universiteit van Aruba, een actievere persvoorlichting, ed.

2.3. Slachtofferzorg
In 2012  zal de voorlichting van de slachtoffers in strafzaken verder worden verbeterd. De samenwerking betreffende slachtofferzorg tussen het Openbaar Ministerie, het Korps Politie Aruba en het Bureau Slachtofferhulp zal meer prioriteit krijgen. Een aandachtsgebied ter nadere uitwerking vormt het onderwerp schadebemiddeling.

2.4. Snelrecht
Door het OM wordt in samenwerking met KPA gewerkt aan de versnelde afdoening van strafzaken. Onderzocht worden de mogelijkheden van supersnelrecht (afdoening tijdens de inverzekeringstelling) en snelrecht (afdoening binnen de bewaring). Een andere mogelijkheid om veel voorkomende criminaliteit daadkrachtig, snel, passend en efficiënt aan te pakken, is geheel nieuwe werkwijze. Politie, OM en ketenpartners, zoals reclassering, slachtofferhulp, advocatuur, gaan een zogenaamde ZSM-werkwijze (Zo Snel, Slim, Samen, Simpel, Samenlevingsgericht en Selectief Mogelijk) onderzoeken in Aruba: direct na de aanhouding wordt een afdoeningsbeslissing genomen. Uitgangspunt is, dat verdachten een passende reactie krijgen, dat recht wordt gedaan aan de positie van het slachtoffer en dat de buurt merkt, hoe snel een dader wordt gecorrigeerd. Eenvoudige strafzaken worden gescheiden van de complexe. Eenvoudige strafzaken worden snel afgedaan, complexe zaken worden door de officier van justitie naar het parket verwezen en daar afgedaan.

2.5. Zittingscapaciteit
Het OM neemt vervolgingsbeslissingen. Daartoe heeft het OM een aantal modaliteiten, die samenhangen met de ernst van het strafbare feit, met de vraag, of de verdachte documentatie heeft, maar ook of er voldoende zittingscapaciteit bij het Gerecht in Eerste Aanleg is. Het OM kan beslissen een strafzaak voorwaardelijk te seponeren met voorwaarden, die kunnen bestaan uit het nakomen van een taakstraf of schadevergoeding aan het slachtoffer. Ook is de afdoening mogelijk via een Tom-zitting, waarbij de officier van justitie een beslissing neemt en de zaak pas voor de rechter komt, wanneer de verdachte het niet eens is met de beslissing of de beslissing niet naleeft. Wanneer het OM besluit te dagvaarden, is het OM bij de verdere vervolging afhankelijk van het Gerecht in Eerste Aanleg. In het Stroomlijnoverleg worden afspraken gemaakt over de benodigde zittingscapaciteit.
Het OM is van mening, dat de bestaande voorraad zitting gerede strafzaken redelijk moet zijn, dat het sepotcijfer niet hoger moet zijn dan 10 % en dat strafzaken binnen redelijke termijn op zitting moeten worden behandeld. Met het Gerecht in Eerste Aanleg dienen afspraken te zijn, die waarborgen, dat er voldoende zittingscapaciteit is.

2.6. Studentondersteuning
Het Openbaar Ministerie wil structurele samenwerkingsverbanden met de Universiteit van Aruba, en zo mogelijk op termijn met andere universiteiten, ontwikkelen. Deze samenwerkingsverbanden kunnen enerzijds zijn gericht op juridisch onderzoek door studenten van de universiteit in onderwerpen die voor het Openbaar Ministerie van belang zijn. Verder maakt het Openbaar Ministerie jaarlijks gebruik van studenten (HBO/WO) bij uitvoerende werkzaamheden. De beschikbaarheid van stagevergoedingen is een voorwaarde voor inzet van stagiaires.

3. Wetgeving
Het Openbaar Ministerie treedt op op grond van het Wetboek van Strafvordering en doet dat tegen overtredingen van het Wetboek van Strafrecht en bijzondere regelgeving. Adequate wetgeving op beide gebieden is voor een behoorlijke strafrechtspleging onontbeerlijk. Ook de aandacht voor richtlijnen, waarin het opsporings- en vervolgingsbeleid wordt vastgelegd is van belang.

3.1. Wetboek van Strafrecht
Door de Staten is het nieuwe Wetboek van Strafrecht van Aruba aangenomen; het wetboek van Strafrecht zal op 1 januari 2013 in werking treden. In 2012 zullen de uitvoeringsregelingen opgesteld worden door de commissie herziening Wetboek van Strafrecht onder het voorzitterschap van de wnd procureur-generaal.In nauwe samenwerking met de Universiteit van Aruba wordt voorlichting aan de doelgroepen voorbereid. Het OM zal de uitvoering van de verschillende bepalingen van het nieuwe Wetboek van Strafrecht in samenwerking met betrokken instanties voorbereiden.

3.3. Wetboek van Strafvordering
De Commissie herziening Wetboek van Strafrecht is in samenwerking met de andere landen bezig om het Wetboek van Strafvordering van Aruba aan te passen. Ook hier vervult de Erasmus Universiteit een belangrijke rol.

3.4. OM-richtlijnen
Op tal van gebieden vragen de wet of de uitvoering van de wetten door het Openbaar Ministerie om beleidsmatige onderbouwing met behulp van richtlijnen. Daarvan is bijvoorbeeld sprake bij het vervolgings- en transactiebeleid ter zake van bepaalde delicten, bij het dienstverleningsbeleid en bij het heenzendbeleid. Door het vaststellen en publiceren van dergelijke richtlijnen van de Procureur-Generaal wordt de rechtszekerheid gewaarborgd en blijft het beleid van het Openbaar Ministerie transparant en toetsbaar.

4. Grensoverschrijdende samenwerking
Projectmatig zal – afgezien van normale activiteiten van het Openbaar Ministerie ten behoeve van het internationaal rechtshulpverkeer – ook in 2012 in ieder geval structureel aan een viertal onderwerpen met een grensoverschrijdend karakter worden gewerkt.

4.1. De bestrijding van witwassen
Aruba participeert als Koninkrijkspartner in de door de Financial Action Task Force (FATF) aangestuurde ontwikkelingen inzake de bestrijding van het witwassen van criminele gelden en de financiering van terroristische activiteiten. Voor het Openbaar Ministerie heeft dit enerzijds tot gevolg dat de bestrijding van het witwassen van criminele gelden en van de financiering van terroristische activiteiten beleidsmatig prioriteit moet hebben. Dit gegeven brengt vervolgens met zich mee dat het Openbaar Ministerie in de eerste plaats zorg zal dragen voor vervolgingsinitiatieven op dit gebied.  De uitbreiding van extra financiële expertise bij KPA en RST levert extra toevloed van strafzaken op voor het Openbaar Ministerie. Die strafzaken zijn in de regel grensoverschrijdend van aard, omdat witwassen in Aruba vrijwel steeds ook grensoverschrijdend plaats vindt. Samenwerking met het buitenland en de regio is daardoor noodzakelijk.

4.2. De aanpak van terrorisme
Na de aanslagen van New York op 11 september 2001 is de terrorismebestrijding mondiaal uitgeroepen tot absolute prioriteit in het veiligheids- en openbare ordebeleid van de moderne democratieën en zo ook in Aruba. Vanzelfsprekend heeft dit voor het nationale opsporings- en vervolgingsbeleid tot gevolg dat alle zaken die op een of andere manier – zij het ook in verwijderd verband – met terrorisme van doen zouden kunnen hebben, de nauwgezette aandacht van het Openbaar Ministerie krijgen. De uitkomsten van het dreigingsbeeld terrorisme zijn in dit verband bepalend voor verdere beleidsontwikkeling.

4.3. Het Samenwerkingsprogramma rechtshandhaving
In interregionaal verband zijn tussen Nederland en Aruba afspraken gemaakt in het kader van een intensivering van de samenwerking op het gebied van de rechtshandhaving. In dat kader heeft Aruba eerder een samenwerkingsprogramma rechtshandhaving Aruba 2005-2007 uitgewerkt, waarbinnen een aantal stakeholders uit de rechtshandhavingsketen met diverse projecten vertegenwoordigd zijn. De afronding van de laatste projecten is per medio 2009 overgenomen door het nieuwe samenwerkingsprogramma Rechtshandhaving Aruba 2008-2010.

4.4. Interregionale opsporingsteams
Het Openbaar Ministerie zal evenals in de voorgaande jaren nauwgezet de aansturing, ondersteuning en begeleiding van de interregionale opsporingsdienst RST verzorgen en de inzet van de Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba -met name op het gebied van de inzet pro justitia –monitoren en beleidsmatig mede sturen.

5. Samenwerking Openbaar Ministerie en ketenpartners
Het Openbaar Ministerie is eindverantwoordelijk voor de strafrechtpleging, maar deze vindt steeds plaats in samenwerking met andere overheidsdiensten plaats. Het gaat hierbij enerzijds om diensten, die primair tot de strafrechtspleging behoren of daarvoor worden ingezet (KPA, GEA, RST, MOT, Kustwacht, ea) en anderzijds om andere overheidsdiensten, die voor de handhaving van de regelgeving op hun taakgebieden mede (maar in de regel niet primair) gebruik maken van buitengewoon agenten van politie. Het onderhouden en verbeteren van de samenwerking met al deze diensten of onderdelen daarvan is prioriteit voor het Openbaar Ministerie. Binnen het OM zijn daartoe afzonderlijke officieren van justitie en juridische medewerkers aangewezen, die telkens voor de samenwerking met bepaalde diensten verantwoordelijk zijn en deze samenwerking in stand houden. Binnen de samenwerkingsrelatie stuurt het Openbaar Ministerie op de kwaliteit en -waar nodig op de kwaliteitsverbeteringen-  van de onderzoeksprocessen.
Er wordt naar gestreefd om de samenwerking met andere bestuurlijke diensten zo veel mogelijk in bilaterale protocollen vast te leggen. Tevens wordt er naar gestreefd om vervolgings- en afdoeningsafspraken met deze diensten vast te leggen in convenanten. Op deze wijze worden de processen van bestuurlijke en strafrechtelijke handhaving op elkaar afgestemd. Onder meer de wettelijke invoering van de mogelijkheden tot het opleggen van bestuurlijke boetes in de laatste jaren noopt daartoe.